Subassembly composer deel 1 : Verlopend Talud
- Gegevens
- Gepubliceerd op maandag 25 juni 2012 20:08
- Geschreven door Bart De Maesschalck
Op de gebruikersdag kwam de vraag of met de Subassembly Composer een subassembly gemaakt kan worden met een verlopend talud. Hieronder de uitleg hoe een dergelijke subassembly te maken in deel 1 van de Subassembly Composer blogreeks. Deel 2 zal bestaan uit de presentatie van Jordy, en deel 3 wordt geschreven door Henri Latour, met een alternatieve manier om een verlopend talud te maken.
Het probleem
We hebben 2 regions in een corridor met een verschillend talud, waartussen een transitie (verlopend talud) moet komen. Een transitie in een talud verloopt over een zekere lengte van de as. Als we een verlopend talud willen gebruiken in een corridor hebben we dus nodig:
• Een startpunt;
• Een eindpunt,
En logischerwijs
• een talud bij het startpunt;
• een talud bij het eindpunt.
De informatie voor het eerste en tweede punt moeten we halen uit de corridor. De gemakkelijkste manier om een start- en eindpunt op te geven is via de ‘region’ van een ‘corridor’.
De informatie voor het derde en vierde punt halen we uit de subassembly definitie.
In het voorbeeld nemen we een ‘corridor’ met als ‘regions’:
1. van Kp0 tot Kp150 een ‘assembly’ met een talud van 50%,
2. van Kp150 tot Kp180, een overgang van talud 50% tot 100%
3. van Kp150 tot Kp180 een ‘assembly’ met een talud van 100%,

Hoe bouwen we de subassembly?
Input/Output Parameters
Als parameters hebben we:
• een richting (links/rechts)
• start talud (het talud bij het begin van de ‘region’)
• eind talud (het talud op het einde van de’ region’)
• ik maak ook altijd alle puntcodes en linkcodes instelbaar
• het gebruikte talud als output. (dit kunnen we doorlinken naar andere ‘subassemblies’, zie Richards tips & tricks van de userdag)

Target Parameters
In het voorbeeld bouwen we een subassemly die aansluit op een terrein. Dus moeten we dit terrein (surface) kunnen opgeven.

Flowchart

De eerste stap is een punt in de oorsprong van de ‘subassembly’. Dit wijkt af van de standaard autodesk ‘subassemblies’ maar ik maak er een gewoonte van. Dit heeft als voordeel dat er altijd een punt beschikbaar is om te gebruiken:
• Bij het maken van surfaces;
• Bij het maken van de grenzen van surfaces.

We maken een aantal variabelen – ‘Define Variable’ in de ‘toolbox’” waarin we de ‘region’ lengte en het station voor deze berekening vastleggen.
|
Er zit nog een “specialleke” in omdat ik meteen een kijk of de ‘subassembly’ gebruikt wordt in ‘layout mode’ dan wel in ‘roadway mode’. In ‘layout mode’ is de ‘region’ en het station niet gekend dus moeten we dit opvangen. Vb.: IF(SA.IsLayout,0,Baseline.Station) |
We berekenen dus:
• Het station;
• De ‘region’-breedte;
• Relative station = afstand van het station naar de start van de ‘region’.

Nu berekenen we het talud voor dit station :
Er rest ons nog enkel om, met het berekende talud:
• een ‘output parameter’ toe te voegen om hem beschikbaar te maken voor andere subassemblies
• een punt op het terrein te bepalen.

Gebruik van de subassembly
3 assemblies
Na het importeren van de subassembly kunnen we ze gebruiken.

De corridor
De corridor bestaat uit 3 regions:
1. van Kp0 tot Kp150 een ‘assembly’ met een talud van 50%,
2. van Kp150 tot Kp180, een overgang van talud 50% tot 100%
3. van Kp150 tot Kp180 een ‘assembly’ met een talud van 100%,

Het resultaat :

Bij de section editor kan je het parameter editor venster openen.
Je kan dan voor elke sectie het berekende tauld zien. In het voorbeeld zien we een talud van 75% op kp150. Dit is juist, kp150 ligt in het midden van transitie en het talud moet daar dus het midden tussen 50% en 100% zijn.